Kennis & blogs

Schijnzelfstandigheid blijft actueel: beter nu toetsen dan later betalen

Geschreven door Demi van Helden | 19 maart 2026

De lente is voor veel ondernemers hét moment voor een juridische voorjaarsschoonmaak. Niet alleen contracten, voorwaarden en personeelsdossiers verdienen dan aandacht, maar ook de status van ingehuurde zzp’ers. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst actief op schijnzelfstandigheid. Hoewel de zogenoemde “zachte landing” in 2026 deels is verlengd, blijft het belangrijk om na te gaan of jouw werkenden in feite niet als werknemers moeten worden aangemerkt, zeker nu nieuwe wetgeving op komst is.

 

Handhaving door de Belastingdienst

In 2025 heeft de Belastingdienst bij de handhaving op schijnzelfstandigheid gezorgd voor de zogenoemde “zachte landing”. Dit hield in dat sprake was van een ingroeimodel, dat de Belastingdienst nog geen boetes oplegde en dat de Belastingdienst in beginsel startte met een bedrijfsbezoek in plaats van direct handhavend op te treden.

 


Whitepaper “Handhaving op schijnzelfstandigheid: wat kan ik verwachten?”

Benieuwd naar een overzicht van de manier waarop de Belastingdienst de arbeidsrelatie tussen jouw organisatie en de ingehuurde zzp’ers beoordeelt? Lees dan ons whitepaper “Handhaving op schijnzelfstandigheid: wat kan ik verwachten?”.

Klik hier om het whitepaper te downloaden.


Het kabinet heeft besloten om deze zachte landing in 2026 gedeeltelijk te verlengen. Dit betekent dat de Belastingdienst nog steeds in beginsel start met een bedrijfsbezoek en dat geen verzuimboetes worden opgelegd. Wel kunnen vergrijpboetes worden opgelegd. Deze boetes worden opgelegd als sprake is van opzet of grove schuld. Vanaf 1 januari 2027 komt de zachte landing te vervallen.

Toekomstige wetgeving

Het kabinet zet al langere tijd in op duidelijkere wetgeving over zzp’ers en werknemers. Zo wil het kabinet de Zelfstandigenwet invoeren. Deze wet introduceert een toetsingskader met als doel te bepalen wanneer iemand werkzaam is als zzp’er of als werknemer. Verder wil het kabinet een rechtsvermoeden invoeren: als een zzp’er minder dan € 38,00 per uur (peildatum 1 januari 2026) verdient, wordt verondersteld dat hij in werkelijkheid een werknemer is. Als de zzp’er een beroep doet op dit rechtsvermoeden, is het aan de opdrachtgever om te bewijzen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat de zzp’er dus daadwerkelijk een zzp’er is. Kan de opdrachtgever dit niet bewijzen? Dan is sprake van schijnzelfstandigheid en is de zzp’er dus een werknemer.

Belang voor de ondernemer

Voor ondernemers blijft het dus belangrijk om na te gaan of ingehuurde zzp’ers daadwerkelijk zzp’ers zijn. Als sprake is van werknemerschap, loop je als ondernemer namelijk niet alleen het risico op naheffingsaanslagen en (in veel gevallen vanaf 2027) boetes, maar ook op aanspraken van pensioenfondsen of van de werknemer zelf. Zo kan de werknemer bijvoorbeeld recht hebben op loon tijdens ziekte of kan de werknemer zich bij beëindiging van de opdracht beroepen op het ontslagrecht.

Kortom: schijnzelfstandigheid is niet alleen een arbeidsrechtelijk aandachtspunt, maar vooral ook een ondernemersrisico. Juist daarom is dit hét moment voor een juridische voorjaarsschoonmaak. Wie vooraf scherp toetst of een zzp’er echt als zelfstandige werkt, voorkomt vervelende verrassingen achteraf.