Skip to content

ChatGPT als beoordelaar: objectief of juridisch risico?

Bierman Advocaten

Bierman Advocaten

minuten

In een tijd waarin AI een steeds grotere rol speelt, duiken AI-modellen ook vaker op in juridische geschillen. Maar wanneer zo’n geschil uitmondt in een procedure, kan de output van AI niet zomaar als juist worden aangenomen. Wie zijn standpunt onderbouwt met  AI-gegenereerde output uit bijvoorbeeld ChatGPT, loopt daarmee een risico.

Dat blijkt ook uit een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 8 april 2026. In deze blog bespreken wij aan de hand van deze uitspraak waarom voorzichtigheid geboden is bij het gebruik van AI voor juridische onderbouwing, en welke risico’s daaraan verbonden kunnen zijn.

De feiten in het kort

Tussen AIH, een Nederlandse consultancy onderneming, en UMS, eveneens een Nederlandse onderneming, komt een overeenkomst van opdracht tot stand. Zij komen overeen dat AIH een businessplan voor UMS zal opstellen voor een vaste prijs. UMS doet bij aanvang van de werkzaamheden een aanbetaling en dient na ontvangst van het definitieve businessplan het restantbedrag te voldoen. AIH verstrekt twee conceptversies van het businessplan: een eerste versie op 22 januari 2024 en een tweede versie op 6 maart 2024. AIH heeft steeds feedback ontvangen vanuit UMS en deze feedback in de volgende conceptversies verwerkt. Op 24 januari 2024 ontvangt UMS een factuur voor de restantbetaling. UMS heeft deze factuur voor een groot gedeelte niet betaald.

Het geschil

AIH vordert de betaling van het restantbedrag dat UMS volgens haar verschuldigd is. UMS stelt zich op het standpunt dat de eindversie van het businessplan inhoudelijk niet aan haar verwachtingen voldoet en ook niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen. Volgens UMS is AIH tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. In aanvulling daarop voert UMS aan dat betaling van het restantbedrag pas zou plaatsvinden nadat het definitieve businessplan gereed zou zijn. Volgens UMS hoeft deze betaling nog niet plaats te vinden, omdat van een definitief businessplan nog geen sprake is. De bijlagen bij het businessplan waren namelijk nog niet ontvangen.

Businessplan is verstrekt

De rechter beoordeelt het verweer van UMS dat AIH op geen enkel moment het volledige businessplan heeft verstrekt. AIH heeft ter zitting aangegeven dat zij in eerste instantie de bijlagen bij het concept-businessplan niet heeft verstrekt aan UMS, aangezien UMS niet binnen de afgesproken termijn aan haar betalingsverplichting heeft voldaan. Op een later tijdstip zijn alsnog de bijlagen ter hand gesteld aan UMS via een fysieke USB-stick én via een online weg, aldus AIH. UMS betwist dit niet.

De rechtbank gaat niet mee in het standpunt van UMS dat het aangeleverde businessplan onvolledig was. UMS heeft dat onvoldoende onderbouwd. Daarmee staat volgens de rechtbank vast dat AIH op grond van de overeenkomst recht heeft op betaling.

Onderbouwing door middel van ChatGPT

Om de tekortkoming in de nakoming te onderbouwen heeft UMS een document in het geding gebracht dat is opgesteld door ChatGPT. UMS heeft ChatGPT gevraagd te onderzoeken in hoeverre het businessplan voldeed aan de overeenkomst.

De rechtbank stelde vervolgens verschillende vragen over dit door ChatGPT gegenereerde bewijsmiddel. Zo wilde de rechtbank weten welke prompt precies was gebruikt. Een exact antwoord moest UMS schuldig blijven, omdat zij niet meer beschikte over de oorspronkelijke prompt. Wel gaf UMS aan dat de vraag ongeveer luidde in hoeverre het rapport beantwoordde aan de offerte.

Ook vroeg de rechtbank welke documenten precies in ChatGPT waren ingevoerd. UMS lichtte toe dat niet alleen het businessplan, maar ook processtukken waren geüpload. Daarnaast achtte de rechtbank van belang welke temperatuurinstelling was gebruikt, omdat die mede invloed heeft op de mate waarin een antwoord feitelijk en nauwkeurig is. UMS had geen temperatuur opgegeven en gaf aan niet te weten wat daarmee werd bedoeld.

De rechtbank oordeelde dat niet de juiste stukken in ChatGPT waren ingevoerd. In plaats van het definitieve businessplan was namelijk een eerdere conceptversie gebruikt. Juist die ingevoerde stukken zijn bepalend voor het antwoord dat ChatGPT genereert.

Alles bij elkaar genomen leidde dit ertoe dat de rechtbank de volledige door ChatGPT gegeven onderbouwing buiten beschouwing liet. Het gevolg was dat het volledige verweer niet slaagde. Zonder een aanvullende onderbouwing bleef er onvoldoende over om het standpunt van UMS te dragen.

Een duidelijke les dus: over het gebruik van ChatGPT in een procedure kan niet te lichtzinnig worden gedacht.

Opschorting en gedeeltelijke ontbinding

Zowel de opschorting van de betaling door UMS als de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst waren gebaseerd op hetzelfde verwijt: AIH zou haar verplichtingen uit de overeenkomst niet zijn nagekomen. De rechtbank ging daar dus niet in mee. Volgens de rechtbank was van een toerekenbare tekortkoming door AIH geen sprake. Daarmee ontbrak de grondslag voor zowel de opschorting als de gedeeltelijke ontbinding. Beide vorderingen van UMS werden daarom afgewezen.

Conclusie

Deze uitspraak laat duidelijk zien hoe kritisch de rechter kijkt naar AI-gegenereerde stukken die als onderbouwing worden ingebracht. Dergelijke stukken kunnen niet zonder meer worden ingebracht ter onderbouwing van een vordering. Dat brengt een belangrijk aandachtspunt met zich mee: het gebruik van AI in juridische procedures is niet zonder risico. Partijen kunnen niet blind vertrouwen op de inhoud van AI-gegenereerde output. Wanneer zulke documenten al worden gebruikt, zal de inhoud steeds moeten worden ondersteund door concrete, feitelijke stukken.


Deze blog is geschreven door mr. Merith van Lent en mr. Pepijn Boon

Bezoekadres

  • Laan van Westroijen 4
    4003 AZ Tiel

Postadres

  • Postbus 124
    4000 AC Tiel

Dat

verandert

de zaak